Kunnen we je helpen?
Als vertegenwoordiger namens de opleidingssector ben ik intensief betrokken bij de Kennisinvesteringsagenda (KIA). Deze organisatie brengt de kennisontwikkeling van Nederland in kaart met betrekking tot het Akkoord van Lissabon, dat dit jaar afloopt. Het Innovatieplatform beoogde Nederland in 2003 als kenniseconomie in de top 5 te krijgen van de wereld. Maar in plaats van dat ons land als kenniseconomie is ingelopen op andere landen, zijn wij met vrijwel alle EU-landen links en rechts ingehaald door de ‘concurrentie', zoals de Verenigde Staten. Alleen de Scandinavische landen behalen met drie procent van het bruto binnenlands product de vereiste EU-norm voor onderzoek en ontwikkeling. In 2008 was Nederland al afgezakt naar de achtste plaats en inmiddels is ons land zelfs gedaald tot hekkensluiter in de mondiale top-10.
Een leven lang leren onzin?
De campagne Leven Lang Leren maakt onderdeel uit van de Europese inzet om de kenniseconomie handen en voeten te geven. In die slogan kan ik mijn visie op de kenniseconomie niet terugvinden, namelijk dat leven lang leren een middel is, geen doel op zich. Ik ben van mening dat slechts een kleine groep werknemers het daadwerkelijk leuk vindt om (een leven lang) te leren. Zo’n veertig procent van de tijd die zij steken in het leren – nieuwe kennis vergaren – wordt als aangenaam ervaren. Voor de overige zestig procent van de tijd kost studeren bloed, zweet en tranen. Deze mensen vinden een leven lang leren onzin.
Economische reden
Waarom willen wij eigenlijk zo graag dat mensen zichzelf continu blijven ontwikkelen? Vanuit het bedrijfsleven bezien is de noodzaak evident: puur om economische redenen is het een must om de concurrentie een slag voor te blijven. Een goede scholing leidt tot een hogere innovatiekracht, wat zorgt voor betere producten en diensten. Vanuit het oogpunt van de werkgever is een ‘leven lang leren’ zo een logische component van zijn bedrijfsvoering. Maar waarom zou het individu – de werknemer – willen leren?
Beloning
Educatie maakt onderdeel uit van de beloningstructuur van de werknemer. De eerste, traditionele, vorm van beloning is het salaris. De tweede vorm kan het volgen van een betaalde opleiding zijn, waardoor de sociale en economische status van een medewerker wordt verbeterd. Daarnaast krijgt de werknemer, door zich verder te ontwikkelen, meer vrijheid van handelen in zijn werk.
Leergierigheid
Er is echter maar een kleine groep mensen die uit leergierigheid kiest voor permante scholing. De meeste Nederlanders vinden het na hoger (beroeps)onderwijs wel mooi geweest. “Ik heb genoeg geleerd”, zeggen ze dan. Deze mensen bereik je niet met een leus als: een leven lang leren. Opleiden wordt daarmee voorgespiegeld als een onnoemelijke opgave, een levenslange straf. Wees eens eerlijk. Kent u mensen die plezier beleven aan het vooruitzicht van een leven lang leren? Ik niet. Terwijl wij wel ongelooflijk veel tijd, geld en energie steken in deze mensen om hen te bewegen tot scholing.
Plezierig
Het beoogde effect van een opleiding moet zijn zoals ik het zoëven omschreef: een status- of salarisverhoging voor de werknemer bewerkstelligen én een verhoogde innovatiekracht voor de werkgever leveren. Daarnaast ligt er een uitdaging voor de werkgevers en trainings- en opleidingsinstituten om een verandering in leercultuur bij werknemers te bewerkstelligen, want leren kan ook heel plezierig zijn voor de cursist: Leren is een ontdekkingsreis langs nieuwe informatie die hem of haar vooruit helpt in zijn of haar loopbaan, zorgt dat mensen sturing aan hun eigen leven kunnen geven en zorgt dat mensen zich beter voelen. Deze visie vraagt in mijn ogen om het hanteren van een andere leus die de positieve kant van educatie benadrukt: “Lang leve het leren!” Dat zou het vertrekpunt kunnen zijn om ons land als mondiale kenniseconomie terug op de wereldkaart te zetten.
Marcel van Bronswijk - mei 2010





