Soepel communiceren in 21 tips
Contact maken, kritiek geven, iets gedaan krijgen, excuses maken: soms gaat de communicatie met anderen niet van een leien dakje. Met deze 21 tips loopt het een stuk gesmeerder.
1. Leer ‘sorry’ zeggen
Iedereen doet weleens dingen waar hij later spijt van heeft. Heb je iemand gekwetst, dan is het – om de communicatie goed te houden – belangrijk dat je je excuses aanbiedt. Sommige mensen vinden dat enorm moeilijk, uit trots of koppigheid. Realiseer je dat spijt betuigen een teken van kracht is, niet van zwakte. Je kunt het oefenen door voor de spiegel te staan en te zeggen: ‘Het spijt me dat ik ... heb gedaan. Dat was niet mijn bedoeling. Sorry.’
2. Spreek vanuit jezelf
Spreek je iemand ergens op aan, doe dat dan altijd in de ik-vorm (‘Ik vind dat ...’, ‘Ik voel me ...’). Bij kritiek gaat het immers altijd om een interpretatie van het gedrag van de ander. Verschuil je niet achter formuleringen zoals ‘Sommigen vinden dat ...’. De ik-vorm maakt helder dat het om jouw interpretatie gaat. Durf die verantwoordelijkheid te nemen.

3. Houd het kort
Steek geen monologen af. Mensen kunnen doorgaans maar zo’n 30 seconden achter elkaar hun aandacht bij een gesprek houden, daarna hebben ze even een aandachtsdip. Breng daarom je boodschap kort en krachtig.
4. Neem een zelfverzekerde houding aan
Wil je iets overbrengen, laat dat dan ook zien met je lichaamstaal. Spreek duidelijk en kalm, recht je rug en kijk de ander in de ogen. Kijk je weg en hakkel je, dan word je ongeloofwaardig. Voel je je niet zelfverzekerd, doe dan met je lichaamshouding alsof je dat wel bent. Je gaat dan automatisch ook meer zelfvertrouwen voelen.
5. Laat zien wat je belangrijk vindt
Wil je iets van een ander gedaan krijgen, laat dan oprecht zien hoe belangrijk het voor je is. Zeg bijvoorbeeld: ‘Dit zou heel veel voor mij betekenen. Het zou me het gevoel geven dat ik gewaardeerd word en me enorm motiveren.’
6. Bied hulp aan
Voelt iemand zich verdrietig of down, dan heeft die persoon niet altijd zin om het daarover te hebben. Of misschien vind je het zelf moeilijk om te praten over wat hem of haar dwarszit. Wil je de ander toch steunen, doe dan iets voor hem. Vraag: ‘Kan ik je ergens mee helpen?’ Door bijvoorbeeld boodschappen te doen, de tuin te maaien of een kind van school te halen voelt iemand zich vaak al erg gesteund. Zegt iemand ‘nee’ op je vraag, accepteer dan dat je op dat moment niets voor hem kunt doen.
7. Negeer de sneer
Reageert iemand geërgerd of boos, dan heb je de neiging om ook vijandig terug te doen. Geef echter niet toe aan die impuls. Negeer de onaangename opmerking en blijf vriendelijk en rustig. Vraag je af: Wat is redelijk in deze situatie? Wat bedoelt de ander precies? Bedoelt hij het echt zo negatief of is hij gewoon moe? Reageer je toch geïrriteerd, dan kun je er bijvoorbeeld achteraan gooien: ‘Sorry, ik ben ook moe.’

8. Neem verantwoordelijkheid voor je gevoelens
Zeg niet: ‘Jij maakt me boos, want je luistert niet’, maar: ‘Ik word boos omdat ik het idee heb dat je niet luistert.’ Je voorkomt dan een zinloze discussie (‘Ik luisterde wel!’) en geeft niet een ander de schuld van jouw gevoelens (ook al kan die ander er wel de oorzaak van zijn).
9. Lieg soms
Eerlijk duurt het langst, luidt het gezegde. Maar eerlijkheid kan ook bot en kwetsend zijn. Gaat het om onbelangrijke dingen, dan kan het soms beter zijn om de waarheid zoals jij die ziet (‘Die jurk kleedt niet bepaald af’) te verbloemen (‘In die jurk komen je rondingen goed uit’) of een leugentje te vertellen (‘Leuk hoor, die jurk’). Realiseer je dat het sociale verkeer doorspekt is van leugentjes, niet om de ander tekort te doen, maar juist om hem te ontzien of een goed gevoel te geven.

10. Sta open
Mensen zijn vaak geneigd fouten of ongewenst gedrag van een ander negatief uit te leggen. Komt je partner te laat thuis voor het eten, dan denk je ‘wat onattent!’ of ‘hij houdt geen rekening met mijn gevoelens’. Geef de ander liever het voordeel van de twijfel. Vraag op een niet-beschuldigende manier wat er aan de hand is. Wees nieuwsgierig: ‘Wat is er aan de hand?
11. Verlicht een slecht humeur
Veel mensen reageren onhandig op mensen met een slecht humeur: ze gaan op eieren lopen of worden zelf ook chagrijnig. Blijf liever jezelf en vraag: ‘Wat is er aan de hand? Kan ik iets voor je doen?’ Is er geen goede reden voor het slechte humeur van de ander, negeer het dan. Ken je iemand goed, dan kun je een grapje maken (‘Is mijn schatje met het verkeerde been uit bed gestapt ...?’). Je krijgt dan misschien een kussen naar je hoofd, maar de ander kan er vaak ook om lachen. De sfeer wordt dan luchtiger.
12. Laat het rusten
Op een dag erger je je misschien wel tien keer. Zeg je daar elke keer iets van, dan zul je vaak ruzie hebben. Doe het eens anders: ervaar je een ergernis, schrijf deze dan kort op. Kijk er de volgende dag nog een keer naar. De kans is groot dat je dan denkt: waar maakte ik mij toch druk om?
13. Doe aan metacommunicatie
Is er sprake van onduidelijkheid, een misverstand of merk je dat jullie langs elkaar heen praten? Of vind je de manier waarop de ander tegen je praat onprettig? Praat dan met elkaar óver de communicatie. Dit wordt ook wel metacommunicatie genoemd. Waarom communiceren jullie op deze manier met elkaar? Hoe kan het beter? Wat moet er gebeuren om dat mogelijk te maken? Wat kun jij daarin betekenen en wat de ander?
14. Kijk naar jezelf
Sta stil bij je eigen aandeel in een contact dat niet goed loopt. Welke houding neem jij aan? Hoe draag jij bij aan een negatieve sfeer? Hoe maak je een eventueel conflict nog erger? Is je houding neutraal of afwijzend? Wat kun je voor de ander doen om zich ook positiever te gedragen?
15. Spreek je verwachtingen uit
Conflicten komen vaak voort uit onuitgesproken verwachtingen. Je gaat ervan uit dat je partner de vuilnis buitenzet of dat je collega je helpt, maar het gebeurt niet. De ander weet niet dat het van hem wordt verwacht of houdt er zelf andere verwachtingen op na. Conflicten voorkom je dan ook door duidelijk te maken wat je van elkaar verwacht. Wat wil jij? Wat wil ik? Hoe kunnen we een compromis sluiten? Maak duidelijke afspraken over de dingen die belangrijk voor je zijn.

16. Zoek het gezamenlijke belang
Mensen kunnen het heel erg oneens zijn, terwijl ze eigenlijk hetzelfde willen. Ze willen dat alleen op een andere manier. Is dat het geval, ga dan terug naar dat gezamenlijke belang. Partners die bijvoorbeeld ruziemaken over de kerstdagen (‘we gaan eten bij mijn ouders’ versus ‘nee, dat doen we niet!’), willen beiden hetzelfde, namelijk een leuke kerst. Leg je dat belang bloot, dan ben je het weer eens. Je kunt dan samen alle mogelijke oplossingen op een rijtje zetten en een compromis bedenken.
17. Begin te praten
Sommige mensen – collega’s of partners – hebben elkaar niets meer te zeggen. Heb je toch behoefte aan een gesprek, begin dan gewoon met praten, over dagelijkse zaken, zoals je werk, hobby’s, het weer of het nieuws. Praten stimuleert om verder te praten. Vertel jij iets, dan gaat de ander daarop in. Zo wordt het ook makkelijker om te praten over belangrijkere zaken, zoals gevoelens of problemen.
18. Weet het eens níét
Je komt afstandelijk en onaantastbaar over als je overal altijd een oplossing voor hebt of altijd een mening hebt over iets. Zeg wat vaker: ‘Dat weet ik niet’ of: ‘Hier voel ik me onzeker over’. Dat maakt je menselijker en warmer. Dat geldt ook voor het vragen van hulp (‘Kun je me helpen, want alleen kom ik hier niet uit’) en het toegeven van fouten. Laat wat vaker je kwetsbaarheid zien.
19. Leef je eigen waarden
Ben je ooit rechten gaan studeren omdat ze dat in jouw familie allemaal doen? Niet op ballet gegaan omdat dat ‘gek’ zou zijn voor een jongen? Van doen wat anderen van je verwachten, is zelden iemand gelukkig geworden. De hoogste tijd dus om uit te zoeken wat jij zelf wil en daarvoor te kiezen.
20. Roddel positief
Met iemand roddelen geeft een gevoel van solidariteit en intimiteit. Kijk wel uit waarover je roddelt. Wissel alleen positieve informatie over anderen uit. Laat je niet verleiden tot negatieve verhalen over mensen, zeker niet als je niet zeker weet of ze waar zijn. De ander kan daardoor juist denken dat je onbetrouwbaar bent.
21. Uit je liefde
Mensen vinden het vaak lastig om te zeggen: ‘Ik geef om je’ of: ‘Ik hou van je’. Wie daar last van heeft, doet er goed aan om met deze zinnen te oefenen, bijvoorbeeld voor de spiegel. Het wordt dan makkelijker om het eruit te gooien op die momenten dat je liefde voelt. Wees niet bang dat de ander je overdreven vindt. Het is alleen maar leuk om te merken dat iemand om je geeft. Bedenk je maar eens: hoe zou jij je voelen als iemand zoiets liefs tegen jou zegt?
Bron: P. Dijkstra, Op dezelfde golflengte, Anderz
Dit is een artikel uit de Vandaag nog serie.