Meer verdieping in je inbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief
Meer verdieping in je inbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief
Communicatie & Presentatie
Blogs, interviews en meer
Terug naar het overzicht

Spreken vanuit je hart: geweldloze communicatie in actie

Openstaan voor de ander, elkaars gevoelens erkennen en van daaruit samen een oplossing zoeken: verliep elk gesprek maar zo. Het goede nieuws is dat het kán, en wel dankzij de techniek van geweldloze communicatie, ontdekte journalist Pam van der Veen

Spreken vanuit je hart: geweldloze communicatie in actie

‘Wow, ik heb eindelijk Dark Souls uitgespeeld!’ roept mijn zoon na een hele dag gamen met vrienden. Hij is zichtbaar trots en blij, maar ik ben vooral geërgerd. ‘Goh’, antwoord ik, ‘knap hoor. Maar wat als je al die tijd en moeite nou eens zou steken in het halen van je rijbewijs?’ Mijn zoon werpt me een gekrenkte blik toe en loopt de kamer uit.

 

Mijn dochter komt verdrietig uit school. Ze had ruzie met een klasgenootje, dat haar toen ‘dik’ noemde. ‘Wát?!’ onderbreek ik haar. ‘Dik? Jij? Wíé zei dat?!’ Aan het verhaal van mijn dochter komt abrupt een eind. Hoe ik ook aandring, ze houdt verder haar mond.

 

Op de trap liggen stapels papier van mijn man. Als ik naar boven wil, moet ik eromheen slalommen. ‘Wat is precies de bedoeling hiervan?’ vraag ik ijzig. ‘Hoelang moet die troep hier nog liggen?’ Mijn man reageert geagiteerd. ‘Dat is geen troep, maar mijn administratie!’ Een week later liggen de stapels er nog.

 

Het mag duidelijk zijn: aan mijn manier van communiceren schort het een en ander. Ik bedoel het meestal wel goed, maar het komt soms nogal lullig mijn mond uit. Sarcastisch. Onnodig hard. Soms zelfs ronduit kwetsend. En vrijwel altijd is het resultaat het tegenovergestelde van wat ik zou willen. Er volgen verwijten in plaats van goede gesprekken, mijn verzoeken worden zelden ingewilligd en de sfeer wordt er niet beter op.

 

Daar wil ik iets aan doen. Ik geef me op voor een basiscursus Geweldloos Communiceren, getriggerd door de tekst op de website: ‘Merk je dat je bij sommige gesprekken steeds in dezelfde negatieve spiraal vervalt? In deze training leer je oog te hebben voor zowel je eigen behoeften als die van de ander, en zo elke situatie samen op te lossen, zonder oordeel of verwijt.’ Wie wil dat nou niet?

 

ruzie maken

 

‘Vaak zijn we niet écht met onze aandacht bij de ander’

 

AUTOMATISCHE PILOOT

Geweldloze communicatie is een techniek waarmee je een verbinding met de ander tot stand brengt, om vervolgens samen op zoek te gaan naar een manier om jullie beider behoeften te vervullen. Verbindende communicatie, wordt het ook genoemd, omdat het draait om gehoord worden, de ander horen en het kweken van wederzijds begrip. Vanuit daar creëer je een situatie die zo veel mogelijk omvat van wat voor ieder van jullie belangrijk is. Bijvoorbeeld: hoe ga je samen voor het huishouden zorgen, op zo’n manier dat alle partijen zich daar goed bij voelen? Of: hoe verdeel je de taken op het werk naar ieders wens?

 

Waar het bij het verbindende communiceren om draait, zijn onze onvervulde behoeften, vertelt trainer Sofie Bakker. In de cursus legt ze uit hoe het werkt. ‘Negatieve gevoelens worden veroorzaakt door verlangens waaraan niet voldaan is. Je voelt je bijvoorbeeld verontwaardigd omdat je graag meer daadkracht zou zien, of teleurgesteld omdat je behoefte hebt aan erkenning en waardering. Door die gevoelens en de behoeften waaruit ze voortvloeien uit te spreken, kan er begrip en wezenlijk contact ontstaan.’

 

Grondlegger van deze manier van communiceren is de Amerikaanse klinisch psycholoog Marshall Rosenberg. Met geweldloze communicatie ontwikkelde hij een model om op een nieuwe manier te kunnen luisteren en ons uit te drukken. Daarbij richt je je bewuste aandacht op vier gebieden: wat je waarneemt, wat je voelt, wat je nodig hebt en wat je de ander zou willen vragen of verzoeken.

 

Een gesprek volgens de regels van geweldloos communiceren verloopt volgens deze stappen. Stel, je zit je op te vreten omdat je het gevoel hebt dat je te veel op je bord krijgt. Een eerste reflex kan dan zijn om machteloos te roepen: ‘Ik moet hier ook altijd alles alleen doen!’ Maar volgens het stappenplan van Geweldloze Communicatie zou je ook dit kunnen zeggen: ‘Ik merk dat ik een heel volle week heb (waarneming). Ik ben geïrriteerd (gevoel) omdat ik meer zou willen samenwerken (behoefte). Wat vind jij daarvan (vraag)?’ Of: ‘Kun je een taak van mij overnemen (verzoek)?’ Het stappenplan garandeert niet dat je puber onmiddellijk het gamen onderbreekt om de stofzuiger te pakken, en dat je collega alles uit zijn handen laat vallen om jou terzijde te staan. Maar het leidt in elk geval tot meer verbinding dan een woedend: ‘Jullie doen hier ook nooit iets!’ Dat is misschien wat je roept als je op de automatische piloot staat, maar bij geweldloos communiceren gaat het er juist om dat je die piloot opmerkt én uitzet. En je bewust wordt van de behoefte die onder je verwijt ligt.

 

communicerenIN DE AANVAL

Andersom werkt het trouwens ook zo. Als iemand jou aanwrijft dat hij al een tijd niets van je heeft gehoord, kun je de bal terugspelen (‘Jij hebt míj toch ook niet gebeld?!’), maar ook op zoek gaan naar de emoties en wensen die achter de woorden van de ander verborgen zijn. Bakker: ‘Je kunt vragen: “Ben je teleurgesteld omdat je behoefte hebt aan contact?” En afsluiten met: “Had je het graag anders gezien?” Dat geeft ruimte voor een dialoog waarin je samen naar het grotere plaatje kijkt en beiden op tafel legt wat je nodig hebt.’ In de cursus moeten we er veelvuldig mee oefenen. ‘Haal een moment terug waarop je deze week geëmotioneerd was over iets dat iemand zei of deed’, draagt Bakker ons op. ‘Wat merkte je feitelijk op, wat voelde je daar vervolgens bij en welke behoefte lag daaronder?’

 

Ik meld me aan om mijn casus voor de groep ‘uit te spelen’: mijn zoon die zijn gebruikte vaat óp in plaats van ín de afwasmachine zet. Hoe ga ik dat met hem bespreken zonder in de gebruikelijke, op niets uitdraaiende discussie verzeild te raken? ‘Oké’, zegt Bakker, ‘stap 1: wat is de feitelijke situatie? Vertel je zoon wat je waarneemt.’ Dat lijkt me nogal duidelijk, dus ik zeg: ‘Ik moet even iets kwijt over de afwas. Jij zet altijd …’ ‘Ho’, onderbreekt Bakker me. ‘Altijd? Bij dat woord zal je zoon meteen in de aanval of de verdediging gaan. Want hoezo altijd? Vorige week heeft hij zijn kopje anders wél in de vaatwasser gezet. Zeg hem dus gewoon wat je concreet ziet.’ Ik doe een nieuwe poging. ‘Ik zie dat je drie vieze yoghurtkommetjes op de vaatwasser hebt gezet in plaats van erin. Je trekt je niks aan van onze afspraken daarover.’ Weer grijpt de trainer in. ‘Dat laatste is een verwijt, en een verwijt is een interpretatie van de waarneming.’ ‘Er staan vuile bakjes op de vaatwasser’, begin ik weer. ‘Hoe moeilijk kan het zijn om even die deur open te maken?’ ‘Dat is niet zozeer een vraag als wel een oordeel’, merkt Bakker op. Ik zucht, ze heeft natuurlijk gelijk. Want wat zou mijn zoon op die zogenaamde vraag van mij moeten antwoorden? ‘Helemaal niet moeilijk, en ik ben dus een luie randdebiel?’

 

Empatisch luisterenEMPATHISCH LUISTEREN

Marshall Rosenberg heeft een heel duidelijke visie op oordelen. ‘Een oordeel is een tragische uitdrukking van een behoefte’, zegt hij. Als je bijvoorbeeld een hekel aan vloeken hebt, kun je zeggen: “Vloeken is verwerpelijk, en mensen die vloeken zijn slecht”, maar daar los je het probleem niet mee op. Je kunt het ook zo brengen: “Van luid vloeken word ik een beetje angstig, ik vind het fijn als mensen hun frustratie uiten via een andere weg.” Zo maak je je gevoel (angst) en je behoefte (veiligheid) kenbaar, en open je de deur naar een gelijkwaardig gesprek, waarin je ook meer over de ander te weten komt. Waarom vloekt hij, welke gevoelens en behoeften zitten daarachter, hoe kunnen jullie tot een oplossing komen die voor beide partijen werkbaar is?’

 

Een heel belangrijk onderdeel van geweldloos communiceren is dan ook empathisch luisteren, aldus trainer Sofie Bakker. ‘Vaak denken we dat we een en al oor zijn, maar zijn we niet écht met onze aandacht bij de ander. We zijn bijvoorbeeld al snel geneigd om advies te geven, we beginnen te analyseren en in te vullen, we onderbreken met geruststellende of bevestigende woorden of delen onze eigen ervaring. Allemaal goedbedoeld, maar zo ontdekken we niet wat de ander daadwerkelijk voelt en verlangt.’

 

‘Soms is alleen wederzijds begrip al genoeg’

Empathisch luisteren, vervolgt Bakker, doe je door zonder oordelen in het gesprek aanwezig te zijn, op vragende toon te herhalen of parafraseren wat de ander zegt en hem te helpen om woorden te geven aan zijn gevoelens en behoeften. Thuis probeer ik het meteen uit op mijn dochter, die op school weer gedoe had met vriendinnen. Ze had niet mogen meedoen met een spelletje in de pauze. In plaats van in mijn oude groef te schieten – ‘Je laat toch niet over je heen lopen?’ – hoor ik haar aan en stel ik voorzichtige vragen: ‘Voelde je je buitengesloten? Werd je daar verdrietig van? Omdat je graag wilde meedoen en erbij wil horen?’ Al snel komt het hele verhaal eruit, waarna mijn dochter alweer een stuk vrolijker overgaat tot de orde van de dag. Ah, zo doe je dat dus, oordeelloos communiceren, constateer ik. Nu ik zie dat het werkt, krijg ik de smaak te pakken en probeer ik mijn geweldloze vragen ook op anderen uit. Mijn man krijgt er een beetje een sik van. ‘Ben je gefrustreerd omdat je behoefte aan overzicht niet wordt vervuld?’, vraag ik, als hij zwetend boven een weerbarstig Excel-sheet zit. ‘Nee’, roept hij geïrriteerd. ‘Ik ben gewoon strontchagrijnig omdat dit vanavond nog af moet!’ Dan wend ik me maar tot een ander gezinslid. ‘Voel je je teleurgesteld omdat er niet wordt voldaan aan je behoefte aan pijnboompitjes?’, vraag ik de hamster.

 

Verbinding

‘JE WORDT NU TOCH GEEN SOFTIE?’

Ook anderen in mijn omgeving reageren wat bevreemd als ik vertel over mijn cursus. ‘Is dat nodig?’, vragen ze. ‘Zo agressief ben je toch niet?’ Een vriendin zegt: ‘Ik vind het juist leuk dat je zo scherp bent. Je wordt nu toch geen softie?’ Maar geweldloze communicatie is verre van soft, zegt Bakker. ‘Het maakt je assertiever, maar op een verbindende manier. Je leert grenzen stellen, opkomen voor wat jij belangrijk vindt, jezelf meer uitspreken – zonder oordelen te vellen.’ Dat zijn communicatiemodel bepaald niet zweverig is, bewijst ook de bedenker zelf. Rosenberg paste het toe in politieke situaties op wereldniveau en wist zo zelfs in Israëlische conflictgebieden de dialoog tot stand te brengen. Heel andere koek dan die yoghurtbakjes waar ik de techniek op loslaat. Als die casus zich thuis weer eens voordoet, breng ik het geleerde in praktijk. ‘Ik zie dat je wat vuile vaat op de lege afwasmachine hebt gezet’, neem ik waar. Om over te gaan tot de volgende drie stappen: ‘Ik voel me geërgerd, omdat ik heel graag wat orde in de keuken wil. Kun je je daar iets bij voorstellen?’ Mijn zoon gaat niet over tot actie, maar het normale gekibbel blijft uit. Ik meen zelfs een toegeeflijk gemompel te horen. Als ik het op de cursus vertel, knikt de trainer goedkeurend. ‘De keuken is er niet mee opgeruimd, maar je hebt je in elk geval niet-verwijtend uitgesproken.’ En het eindresultaat hoeft vaak niet eens een concrete oplossing te zijn, vervolgt ze. ‘Je kunt al heel tevreden zijn met het feit dat je iets gezegd hebt dat uit je hart komt, of dat je simpelweg gehoord bent. Soms is alleen wederzijds begrip al genoeg – en wie weet vloeit daar een oplossing uit voort.’ Maar, benadrukt ze, geweldloze communicatie is géén middel om je zin te krijgen. Dat is een valkuil. ‘Het is geen manipulatietechniek waarmee je je kind voortaan wél aan het huishouden krijgt.’

 

- Dit is een artikel uit de luxueuze bookazineserie: Vandaag nog... en anders morgen! 

Vond je dit interessant? Wellicht is dit dan iets voor jou: