Normale mensen in een gekke wereld: waarom werk soms zoveel van je vraagt
De reflex om te willen fixen
Binnen organisaties en de wereld van werk zie je eigenlijk iets vergelijkbaars als wat er jarenlang binnen de psychologie gebeurde. De medewerker komt met een probleem. Hij is moe, loopt vast, twijfelt, presteert minder of valt zelfs uit. Dat is logisch, want daar zit de hulpvraag. Vervolgens proberen we daar een label op te plakken. Iemand die uitgeput is, heeft een burn-out. Iemand die zich moeilijk kan concentreren, heeft misschien ADHD. Iemand die moeite heeft met de sociale dynamiek in een team, past ‘niet helemaal’. En zo ontstaat er een soort kapstok waaraan we iemands functioneren ophangen.
Vervolgens richten we ons op het oplossen van dat ‘probleem’ binnen de per soon. Coaching, training, therapie, een cursus timemanagement, misschien een traject om weerbaarder te worden. Alles met als doel dat jij weer beter gaat functioneren binnen de bestaande context.
En ergens zit daar een interessante aanname onder. Namelijk dat het niet goed gaat met jou, en dat we dus iets moeten fixen, zodat jij weer mee kunt draaien. Alsof het ervaren van stress, twijfel of uitputting iets afwijkends is. Alsof je pas echt goed functioneert als je nergens last van hebt
De verhalen die je over jezelf gaat geloven
Maar stel jezelf eens een eerlijke vraag. Is het eigenlijk wel zo raar dat je moe wordt in een wereld waarin je altijd bereikbaar bent? Is het zo vreemd dat je gaat twijfelen in een omgeving waarin verwachtingen continu veranderen? Is het gek dat je soms vastloopt als er steeds meer van je gevraagd wordt, zonder dat het ooit echt ‘genoeg’ is? We hebben een systeem gebouwd waarin we gedrag labelen, zonder altijd goed te kijken naar de context waarin dat gedrag ontstaat.
Het is bijzonder hoe snel je in werkcontexten iets over jezelf gaat geloven. Dat je ‘niet goed bent in grenzen stellen’. Dat je ‘te gevoelig bent’. Dat je ‘niet stressbe stendig genoeg bent’. En voor je het weet, ga je dat als waarheid zien. Dan wordt het geen situatie meer waarin je zit, maar iets wat jij echt bent. En dat doet iets met je. Want als er iets mis is met jou, dan moet jij veranderen. Dan moet jij harder je best doen, sterker worden, beter presteren.
Maar wat als we het eens omdraaien? Wat als er niet zozeer iets mis is met jou, maar dat jij probeert te functioneren in een context die steeds veeleisender wordt? Een context waarin snelheid de norm is, waarin prikkels overal zijn, waarin sociale vaardigheden belangrijker zijn dan ooit, waarin je voortdurend moet schakelen, aanpassen en presteren?
Werk is ingewikkelder geworden
Kijk bijvoorbeeld naar hoe sociaal werk is geworden. Je hebt collega’s, meetings, samenwerkingen, appgroepen, online communicatie, feedbackmomenten. Er wordt van je verwacht dat je snel schakelt, goed aanvoelt wat er speelt, duidelijk communiceert en tegelijkertijd ook nog jezelf blijft. En als dat niet altijd lukt, dan ligt dat aan jou.
Nog niet zo lang geleden zag werk er totaal anders uit. Je kon je werk doen zonder dat je de hele dag op allerlei niveaus ‘aan’ hoefde te staan. In die context functio neerden de meeste mensen prima. De meeste mensen werkten op het land en er was geen koe die klaagde dat de boer niet sociaal genoeg was.
Vanuit het perspectief van de individuele medewerker lijkt het alsof je alles maar moet aankunnen. Maar als je uitzoomt en kijkt naar hoe complex werk en leven zijn geworden, wordt het ineens heel logisch dat veel mensen dat tempo niet altijd bij kunnen benen.
Misschien hoef jij niet gefixt te worden
En toch blijven we vaak dezelfde reflex houden. We zeggen tegen mensen dat ze moeten herstellen, dat ze aan zichzelf moeten werken, dat ze sterker moeten wor den, zodat ze weer terug kunnen in precies dezelfde omgeving. De context dwingt ons om een soort supermensen te zijn. Altijd scherp, altijd beschikbaar, altijd in balans, altijd in controle. Maar die cape die we proberen te dragen, weegt voor veel mensen ontzettend zwaar.
Misschien is het tijd om die cape eens voorzichtig af te doen. Niet door te zeggen dat het allemaal niet meer hoeft, maar door te erkennen dat je mens bent. Dat je grenzen hebt. Dat je geraakt wordt. Dat je moe kunt worden. Dat je soms twijfelt. En misschien zit daar wel je echte kracht. Niet in het wegdrukken van je kwetsbaarheid, maar in het durven erkennen ervan. Want als jij van jezelf mag voelen dat iets zwaar is, dat iets te veel is, dat iets niet klopt, dan ontstaat er ruimte om er anders mee om te gaan. Als je jezelf bekijkt vanuit de context waarin je werkt en leeft, wordt het vaak ineens een stuk logischer waarom je reageert zoals je reageert. Waarom je soms spanning voelt, waarom je soms vastloopt, waarom je soms gewoon even niet meer weet hoe je verder moet. Dit zorgt voor erkenning. Zachtheid. En beetje meer begrip voor jezelf.
Je hoeft niet klachtenvrij te zijn om gelukkig te kunnen zijn.
Misschien is het wel zo dat, als we binnen organisaties en in de manier waarop we naar werk kijken iets meer afstand durven nemen van het idee dat alles een individueel probleem is, er ruimte ontstaat voor iets anders. Misschien komt er dan wat meer ruimte voor de mens achter het functioneren. Dat alleen al kan voor veel mensen een enorme verlichting zijn.