Meer verdieping in je inbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief
Meer verdieping in je inbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief
Leiderschap
Blogs, interviews en meer
Terug naar het overzicht

Interview met Marije van den Berg: waarom je soms gewoon met iets moet stoppen

Sleuren aan een plan of project waar de ziel eigenlijk al uit is: als groepsdieren zijn we er maar al te vaak toe geneigd. Dat kan en moet anders, zegt Marije van den Berg. ‘Dode paarden moet je feestelijk begraven.’

Interview met Marije van den Berg: waarom je soms gewoon met iets moet stoppen

Het jaarlijkse weekendje Ardennen met de vriendengroep waar stiekem niemand meer zin in heeft. De familietraditie van het kerstdiner, die vooral veel stress oplevert, maar zich toch moeilijk laat doorbreken. Het plan waar je met collega’s aan werkt, zonder dat er écht nog vertrouwen in is.

 

Iedereen kent ze, die gewoontes en projecten die je samen in stand houdt, maar waar eigenlijk geen animo (meer) voor is. Met z’n allen blijf je eindeloos doorgaan met datgene wat je diep vanbinnen niet meer wil – met alle weerstand en lamlendigheid tot gevolg. Stop daarmee, zegt Marije van den Berg, adviseur, trainer, schrijver en zelfverklaard ‘stopstrateeg’. Sleuren aan een dood paard is alleen maar uitputtend, terwijl ergens mee stoppen veel kan opleveren. Ruimte, tijd en energie, bijvoorbeeld. Van den Berg schreef het boek 'STOP.' over goed stoppen voor organisaties, dat net zo goed toepasbaar is op familie, gezin of vriendengroepen.

 

‘Het vraagt moed om die rol van eenling op te pakken’

 

Als de stekker eruit trekken zo goed kan zijn, waarom valt het ons dan toch zo zwaar? ‘Dat heeft met groepsprocessen te maken. Als je in je eentje ergens mee wilt stoppen, hoef je alleen jezelf te overtuigen. Maar als je met meer mensen bent, moet je een hele dynamiek doorbreken. Je moet een status quo ter discussie stellen, en dat is niet altijd lollig. Ik vergelijk het graag met een bioscoopbezoek. Stel, je zit in de zaal en je vindt de film niks. Ben je alleen, dan kun je gewoon wegsluipen. Maar als je met een gezelschap bent, dan staat dat gelijk aan het zaallicht aandoen, opstaan en roepen: “Vinden jullie het ook zo’n ongelofelijke prutfilm?” Het vraagt moed om die rol van eenling op te pakken, om de eerste te zijn die dat soort gedachten uitspreekt. Zelfs al weet je dat je gelijk hebt, het is doodeng om het jongetje te zijn dat roept dat de keizer geen kleren aan heeft.’

 

Waarom vinden we het eng? ‘Omdat het een ontmaskering is. Grote kans dat een deel van de zaal zegt: “Nou hè hè, ik heb ook wel wat beters te doen.” Maar daarmee lijd je als groep ook gezichtsverlies – want waar heb je dan al die tijd met z’n allen zogenaamd geïnteresseerd naar zitten kijken? Datzelfde mechanisme kun je doorvoeren naar gewoontes binnen families, gezinnen en vriendengroepen en naar organisatieculturen. Misschien wil iedereen allang stoppen met dat slepende project of die vakantietraditie, maar dat daadwerkelijk benoemen is onveilig. Daarmee stel je bepaalde overtuigingen in twijfel, je morrelt aan de heersende mores, het principe van “zo doen we dat hier”. Vooral als er al veel energie in het project of plan zit, lijkt het vrijwel altijd logischer om ermee door te gaan. Dat zie je zeker bij bedrijven. Stoppen is niet sexy.’

 

‘Als het lukt om goed te stoppen, ontstaat er tijd en energie’

 

Waarom je soms gewoon moet stoppen

Wat is er onsexy aan? ‘Als een keeper een penalty tegen krijgt, is midden in het doel blijven de beste strategie. Maar geen keeper doet dat, want dan staat hij voor lul. Liever duikt hij op de gok naar één kant, dat ziet er tenminste heldhaftig uit. Dat wordt de action bias genoemd: daadkrachtige actie is zichtbaar en wordt daarom hoger ingeschat. Nog een voorbeeld: ben je verdwaald in de rimboe, dan kun je het beste blijven zitten waar je zit. Toch gaan de meeste mensen lopen, liever dan op een steen te wachten op hun redding. Dat wordt gezien als passief, en dus onaantrekkelijk. In organisaties geldt dat ook: je moet een paal slaan, een kloek beleidsbesluit nemen, iets néérzetten. Ergens mee stoppen heeft geen status. Terwijl het juist ook iets heel actiefs kan zijn. En als het lukt om goed te stoppen, met dat ene project, die klant of een vriendschap waar je op leegloopt, ontstaat er veel tijd en energie die je ergens anders in kunt steken.’

 

Durven we vaak ook niet te stoppen uit angst voor onzekerheid? ‘Zeker, want als je stopt, kom je eerst in een heel ongemakkelijke fase: waarin de oude overtuiging van tafel is en er nog geen nieuwe voor in de plaats is gekomen. De kunst is om die zwevende staat positief te gaan waarderen. Om met elkaar het ongemak te benoemen, erover te praten en samen de onzekerheid te verdragen, voordat je halsoverkop iets nieuws kiest. Dat is een uitdaging, want wij mensen houden van comfort, veiligheid en stabiliteit. Zelfs als dat de stabiliteit is van een nog drijvende Titanic.’

 

‘Hardop zeggen dat je ergens mee ophoudt, is taboe’

 

En zelfs als de slechte afloop onmiskenbaar is? ‘Ook dan zijn we geneigd de stoptekens te negeren. We gaan door terwijl we ons onbewust onbehaaglijk voelen. Bending the map noemen psychologen dit: we passen onze mentale landkaart zo aan, dat hij klopt met de heersende omstandigheden. Hardop zeggen dat je ergens mee ophoudt, is namelijk taboe. “Stop” zeggen betekent per definitie dat je de huidige situatie niet langer wilt laten voortduren. Je kunt de landkaart niet meer verbuigen en wilt uitspreken wat misschien wel meer mensen denken.’

 

Soms ga je ergens juist mee door omdat je denkt dat je de enige bent die wil stoppen. Of omdat je de ander een plezier denkt te doen. ‘In dat geval moet je op je hoede zijn voor de Abilene-paradox van managementexpert Jerry B. Harvey. Hij beschreef een Texaanse familie die op een warme namiddag op de veranda gezellig zit te dominoën. Dan stelt de schoonvader voor om te gaan eten in het cafetaria in Abilene. Ze rijden 85 kilometer in een ouwe Buick zonder airco, de maaltijd is slecht en bij terugkomst zijn ze verhit, stoffig en uitgeput. Dan zegt een van hen: “Ik zat hier eigenlijk best, ik wou helemaal niet naar Abilene.” Waarna ze dat allemaal stuk voor stuk beamen. Maar allemaal hadden ze gedacht dat de ánderen graag wilden gaan. Dat kan dus ook een reden zijn om een plan niet te willen stoppen.’

De stekker eruit halen

Of je hebt al zo veel energie in iets gestoken dat stoppen onmogelijk lijkt… ‘In de bestuurskunde noemen we dat “verstrikking”. Het is bijvoorbeeld de verklaring voor het alsmaar doorbouwen aan de Sagrada Familia, de geldverslindende kerk in Barcelona. Maar ook een boek uitlezen dat je niet leuk vindt (want je bent er nu eenmaal in begonnen) en naar een festival gaan terwijl het stortregent (want je had nu eenmaal kaartjes), zijn voorbeelden van verstrikking. Je blijft dan zinloos tijd of geld steken in iets dat niet werkt, in de hoop dat het beter zal worden. Terwijl alleen stoppen aantoonbaar beter is. En dan kun je het dode dood paard maar het beste zo feestelijk mogelijk begraven.’ Hoe dan? ‘Ik zat ooit bij een lokaal platform met een tof initiatief: een stadsbad in de Leidse gracht. Een grote groep vrijwilligers ging ermee aan de slag, een architect maakte de tekeningen, ROC-leerlingen zouden gaan bouwen, er waren succesvolle gesprekken met de buurt en de gemeente en er was persaandacht. Toch lukte het niet om het bad te realiseren. De kerngroep trok en sleurde, maar de energie was eruit. Hoe goed het idee ook was, op een avond zijn we er officieel mee gestopt. Het was een mooie bijeenkomst waarin de kartrekkers bedankt werden, en we voldaan naar huis gingen. Dat soort rituelen om afscheid te nemen van iets dat niet meer werkt, hebben we veel te weinig, en dat is jammer. Als we iets nieuws beginnen, organiseren we een kick-off om iedereen in de actiestand te krijgen. Dus waarom geen kick-af als je ergens de stekker uit trekt?’

 

 

- Dit is een artikel uit de luxueuze bookazineserie: Vandaag nog... en anders morgen! 

Vond je dit interessant? Wellicht is dit dan iets voor jou: